This site will work and look better in a browser that supports web standards, but it is accessible to any browser or Internet device.

Geschiedenis

Hoe het begon

Toen de actieve scouts van Gouw Oost-Brabant (VVKS) aan de oud-scouts van Leuven vroegen om hen te helpen een retrospectieve tentoonstelling op te zetten in 1969, gingen de ouderen onmiddellijk grondig aan het werk.Alle bekende en minderbekende oud-leiders, leidsters en leden van de beweging werden aangesproken. Zij brachten alles bijeen wat ook maar enigszins kon dienen als illustratie om het verleden en heden voor te stellen van de scouts en de gidsen.Zo was het mogelijk een eerste tentoonstelling te houden op 17 en 18 mei 1969, ter gelegenheid van 50 jaar scouting in Oost-Brabant (VVKS). De tentoonstelling werd een succes.

Waarom niet verder doen?

Aangezien er een “schat” aan materiaal verzameld was, kwam bijna vanzelf het idee om deze, soms zeldzame en kostbare getuigenissen uit de beginjaren van de beweging, ter beschikking te stellen van groepen die van plan waren een tentoonstelling op te bouwen.Zo werden tijdens de komende tien jaar, eerst in Brabant en later in het ganse land, een vijftigtal tentoonstellingen op touw gezet. De Leuvense oud-scouts maakten, vervoerden en stelden zelf hun tentoonstellingsmateriaal op. Ook een documentatietentoonstelling behoorde tot de mogelijkheden.

Uitbreiden

Het gehele land werd verder “afgeroomd” ten einde de verzameling nog uit te breiden. Er vormde zich stilaan een ploeg van medewerkers, allen leden van de oud-scouts van Leuven. Enkele namen: Libert Rosseeuw, Charles Leribaux, Englebert Carleer, Jean Delcon, Wieke Janssens, Pierre Lefever, Gerard Marant, Albert Peleman, Roger Quintens, Emile Rayé en hun echtgenoten. Intussen was er een evolutie merkbaar die het verdere leven van het “archief” grondig zou beïnvloeden.
Onder leiding van Charles Leribaux, ging rond 1975, het “archief” meer en meer het een eigen zelfstandig leven leiden. Nieuwe medewerkers kwamen de rangen van de eerste pioniers aanvullen. We kregen aanmoedigingen en medewerking van vele helpers over de taalgrens heen. Er groeide een samenwerking over het gehele land, zonder onderscheid van taal of beweging van herkomst.

Het Nationaal Scouts Archief (NSA)

Met het doel een vzw in het leven te roepen, werden, op 1 oktober 1976, de eerste standregels van het Nationaal Scouts Archief opgesteld. Uiteindelijk verschenen, op 13 oktober 1977 de statuten van het NSA in het Belgisch Staatsblad.
Werden benoemd:
Charles Leribaux, voorzitter, René Walgrave, ondervoorzitter, Emile Rayé, secretaris, Roger Quintens, penningmeester

Heden, het verleden bewaren voor de toekomst

Het NSA geraakt nu in een stroomversnelling van evenementen ter versterking en bevestiging van haar opdracht: de geschiedenis van de scouts- en gidsenbewegingen in ons land en in de wereld vastleggen en illustreren aan de hand van allerlei getuigenissen. Op 11/04/1978 erkent de “Interfederale Scoutsbond van België” (Hexagone), met secretaris Paul Baggerman, de werking van het NSA. In 1979 werd de “Interfederale” vervangen door de “Gidsen- en Scoutsbeweging in België” (GSB), de vijf Scouts- en Gidsen federaties in ons land. Bijna een jaar later, op 14/03/1979, volgt dan de erkenning door de oud-scouts en oud-gidsenverbonden verenigd in het “Kontakt-Komite van Oud-Scouts en Oud-Gidsen van België”. Met “Fraternité de Route / Fegaseg (Féderation des Groupements d’Anciens, scouts et guides), met S.G.A.B./O.S.O.G.B. (Scouts et Guides Adultes de Belgique/Oud-Scouts en Oud-Gidsen van België) en met V.O.S.O.G. (Vlaamse Oud-Scouts en Oud-Gidsen). In het voorjaar van 1979 verschijnt het eerste nummer van ons driemaandelijks tijdschrift “ARCHIEF” voor de Nederlandstalige leden. Voor onze Franstalige vrienden verschijnt het eerste nummer van “ARCHIVES” in juni 1982. En in 1984 de eerste “Museum-echo” (Nederlandstalig) voor de “Vrienden van het Scoutsmuseum”, welke op dit ogenblik niet meer verschijnt.

Onderdak

Het meest markante feit van 1979 was wel het heugelijke nieuws dat, het Gemeentebestuur van Leuven, ons een gedeelte van een atelier van een leegstaande Technische school, in de Waversebaan te Heverlee, ter beschikking stelde.
Na vele dagen en nachten van noeste arbeid, groeide de bibliotheek uit, werden de geschreven overleveringen, de geschiedenis op papier gerangschikt en scoutsmemorabilia bestudeerd en aanschouwelijk voorgesteld. Dit was de aanloop tot een eerste permanente tentoonstelling in onze eigen lokalen.

Internationaal

In 1978 namen we deel aan en eerste, bescheiden, bijeenkomst (3 landen) van de Europese Scouts- en Gidsenarchivisten. Een tweede bijeenkomst was in 1980 te Leuven, met nu vertegenwoordigers uit 9 Europese landen. Bij deze gelegenheid werd onze permanente tentoonstelling verder uitgebreid. Men mocht toen reeds spreken van een “Scoutsmuseum” in wording. In 1983, tijdens de derde bijeenkomst te Zwolle, werd een “Europees secretariaat voor Scouts- en Gidsenarchivisten” toevertrouwd aan België, het NSA dus. Het NSA is sinds oktober 1984 ook verantwoordelijk voor de uitgave van het, tweetalig tijdschrift (Frans en Engels) “A.M.S.E.-ECHO” (Archives and Museums of Scouting in Europe / Archives et Musées du Scoutisme en Europe).

Verhuis

Tijdens de zomer van 1981 kreeg het NSA het bericht van het stadsbestuur van Leuven dat de huurovereenkomst van de lokalen te Heverlee, per 1 december 1981, beëindigd zou worden. Al het overvloedige materiaal, de verzamelingen en de bibliotheek werden overgebracht naar de Sint Geertrui Abdij, dat stadseigendom was geworden.
Niet meer dan 13 maal werd met en grote vrachtwagen over en weer gereden. De uiterst moeilijke verhuis werd met veel moed en werklust tot een goed einde gebracht.

Installatie

Gedurende de hele winter 1981-1982 wordt er, in Sint Geertrui, terdege gewerkt aan het oprichten van 3 grote afdelingen van het NSA:

  • het documentatiecentrum: met de geschriften van de pioniers van de scouts- en meisjesgidsen en alle geschreven of gedrukte getuigenissen van vroeger en nu. Ook de tijdschriften van de vijf verschillende federaties van ons land vallen hieronder.
  • de bibliotheek: die nu meer dan 4000 boeken bevat over en van de scouts- en gidsenbewegingen van ons land en de rest van de wereld, in meerdere talen.
  • het Nationaal Scouts Museum: dat op een aanschouwelijke wijze de uiterlijke tekens openbaart van de werking van onze beweging, zowel nationaal als internationaal.

Later kwam er nog een standaardtentoonstelling, dat uitgeleend kan worden aan groepen die een tentoonstelling willen houden.

De kroon op het werk

Op 5 juni 1982 werd het Nationaal Scouts Museum, in de vroegere kapel van de Sint Geertrui Abdij, onder grote belangstelling voor het publiek plechtig ingehuldigd. Ons museum behoort beslist tot de toppers van de scoutingmusea in Europa en naar het oordeel van de vele buitenlandse bezoekers, zelfs een van de merkwaardigste en meest volledige in de Wereld?

Eindspoor

20 januari 1987, het onverwacht overlijden van Charles Leribaux was voor ons een groot verlies. Hij was voorzitter van het NSA van bij het ontstaan tot aan zijn overlijden. Hij had, samen met zijn medewerkers, een monument geschapen “Het Nationaal Scouts Archief” en het “Nationaal Scouts Museum”, zoals hij zelf schreef: “als blijvende hulde aan de stichter van de scouts- en gidsenbewegingen in de wereld, Lord Robert Baden-Powell of Gilwell en als eerbewijs aan alle pioniers van binnen- en buitenland. In het begin met weinig middelen, maar met veel geestdrift en improvisatie werd een groots jeugdwerk in het leven geroepen.”

Charles werd opgevolgd door René Walgrave, die op 21 februari 2001 overleed. Hij volgde de lijn van Charles, breidde met zijn team verder het NSA uit, ontpopte zich tot rondwandelende scouts encyclopedie en zocht naar verjonging en vertegenwoordigers uit de verschillende federaties binnen zijn team.

Bezoekers

Het bezoekersaantal varieerde in de loop der jaren. We kenden pieken tot 3200 bezoekers per jaar 1989 was er zo een, met het 20 jarig bestaan van het museum. Buiten de vele groepen en individuele bezoekers, uit binnen en buitenland, kregen we (en nu nog) regelmatig studenten van middelbare en hogescholen over de vloer, die zich verdiepen in de geschiedenis van de beweging in het algemeen of een bepaald onderwerp willen uitspitten. Ook groepsleiders zijn soms op zoek naar de roots van hun groep.

Van 1969 tot heden, 35 jaar archiveren en tentoonstellen, het wordt nog steeds met veel enthousiasme verder gezet…